23 Dingen onder de loep
Afgelopen maandag was ik samen met Rob Coers te gast bij Bibliotheek Midden Brabant voor de slotbijeenkomst van de 23dingen cursus. Een zeer enthousiaste en gemotiveerde groep, Rob schreef ‘t al op zijn blog. En net als bij eerdere trajecten kwamen ook hier bijna als vanzelf weer onvermoede talenten bovendrijven. Zo blijkt een jeugdbibliothecaris hele leuke stukjes te kunnen schrijven, een ander blinkt weer uit in vormgeving, weer een ander lepelt haarscherp een set van functionele eisen op waar de nieuwe BMB-bibliotheeksite aan zou moeten voldoen en zo gaat het maar door.
Zelfs een heel bibliotheekteam wist zich te onderscheiden door op eigen initiatief alvast plannen te maken voor een 24e ding; een praktische uitwerking van één van de 23 dingen, maar dan specifiek toegepast op hun eigen lokatie. Met een uniek slagingspercentage van 98% zijn dat mooie resultaten voor BMB, terecht werden alle geslaagden beloond met een certificaat en een heuse poken (zelfs ik heb er een gekregen).
Dat brengt me meteen bij de door Yvonne Sinkeldam (Probiblio) georganiseerde bijeenkomst in Elst een dag later, waarover Moqub eerder al schreef. Een brainstormsessie met een gevarieerd gezelschap en met als onderwerp ‘hoe verder na 23dingen?’. Gedurende de ochtend viel me op dat veel aanwezigen een toch wat ander beeld van 23dingen hadden dan ikzelf. Het zou teveel tijd kosten, levert het spelen met al die tools nu eigenlijk concreet wel iets op, zou een afgeslankte versie niet beter werken, en meer van dat soort kanttekeningen.
Je zou 23dingen inderdaad kunnen neerzetten als een een ‘virtuele web 2.0 knoppencursus voor bibliotheken in 23 stappen’, maar daarmee doe je het toch serieus tekort. Een heel groot pluspunt van 23dingen is dat aan het eind van de rit alle deelnemers weer min of meer van gelijkwaardig niveau zijn, tenminste voor wat betreft inhoudelijke kennis van web / bibliotheek 2.0. Ook leren medewerkers elkaar beter kennen, zowel als collega als persoonlijk en ook weet men elkaars expertise veel beter in te schatten en te benutten. Dat alleen al levert de organisatie toegevoerde waarde op.
Maar de grootste verdienste van 23dingen vind ik toch wel de impact die het heeft op alle lagen van de organisatie. Gedurende het 23dingen traject worden de deelnemers zich ervan bewust dat de bibliotheek zich niet meer kan veroorloven om nog langer vanaf de zijlijn toe te kijken. Men wordt zich ook bewust van de mogelijkheden die er dankzij web 2.0 zijn om als bibliothecaris zelf een actieve rol te spelen in dat proces. Dergelijke signalen zullen vanuit de werkvloer gedeponeerd worden op het bord van de manager. En langzaam maar zeker ontstaat in de hele bibliotheekorganisatie een gemeenschappelijk gevoel, iedereen voelt de noodzaak tot innoveren.
In feite is dat de eerste aanzet tot een antwoord op de vraag ‘hoe verder na 23dingen?’. Ga niet met z’n allen zitten wachten op het zoveelste wollige beleidsplan, maar daag elkaar uit om- ieder vanuit de eigen opgebouwde expertise, actief aan de slag te gaan met innovatieve ideeën en concepten. Managers kunnen zich dan weer beperken tot hun kerntaak, de inhoudelijke experts faciliteren. Of zelf ook eens inschrijven voor een 23dingen training, dat kan ook nog natuurlijk.


(4.5)
Deze post is me uit het hart gegrepen. ThanX!
Gerard, ik wil je graag citeren in een afsluitende post voor bibliotheek Zoetermeer, waar Rob en ik op 9 maart afsluiten, is dat wat jou betreft akkoord?
groet Monique
Hallo Monique,
natuurlijk mag dat, citeren mag altijd, maar fijn dat je het even laat weten.