Computers In Libraries 2008 - What was in it for me?
Het lijkt al veel langer geleden, maar twee weken geleden zat ik nog in de USA voor Computers In Libraries. Nu zijn twee weken in de blogosphere een eeuwigheid, voor mij zijn ze als een flits voorbij getrokken. Maar goed, wat informatiedichtheid betreft loopt het internet per definitie compleet uit de pas met ’the real world‘. Ik ga me daarom nu ook niet meer wagen aan inhoudelijke verslaglegging. Vele anderen hebben dat al uitstekend gedaan, mijn notulen van de diverse sessies zouden niet zo heel veel nieuws toevoegen.
Ik kies een wat andere insteek, mijn centrale vraag is: Wat heeft CIL2008 opgeleverd?
Dat is -niet toevallig- ook dé nummer 1 vraag van elk afdelingshoofd, alleen zal de formulering dan meer lijken op iets als ”wat heeft mijn afdeling nou eigenlijk aan dat dure snoepreisje van jou gehad?”
De beantwoording levert ook een ander perspectief op, een tijdspanne van twee weken na dato is dan namelijk weer vrij kort. En toch kom ik vrij makkelijk tot het volgende lijstje van zeven waardevolle resultaten:
1. Networking:
Het meest directe tastbare resultaat is het stapeltje visitekaartjes op mijn buro. Vijf dagen ’socializing in Crystal City‘ heeft niet alleen tal van nieuwe interessante connecties opgeleverd, maar ook opgebouwde contacten vanuit de vorige editie zijn aangehaald.
2. Nieuwe inzichten:
Hoewel de sessies over de gehele linie dit jaar kwalitatief wat minder waren dan vorig jaar, brachten enkele sprekers me toch weer tot nieuwe inzichten. Dat was vooral het geval op het gebied van bibliotheekmanagement en marketing, in iets mindere mate toch ook op het gebied van (federatief) zoeken. Credits hier gaan met name naar de sessies van Helene Blowers, Frank Cervone, Jeff Wisniewski en Marshall Breeding.
3. Zelfreflectie:
Bij alles wat je ziet en hoort tijdens zo’n congres, neem je ook je persoonlijke situatie als referentiekader. Begrijp ik de materie? Ben ik in staat om het getoonde zelf toe te passen? Waar schiet mijn kennis tekort?
4. (Project)plannen:
Niet alleen de sessies zelf, maar ook gesprekken met vakgenoten en leveranciers hebben meer dan voldoende inspiratie opgeleverd voor nieuwe plannen. Zo maakte een gesprekje met Tim Spalding duidelijk dat ’LibraryThing for Libraries‘ er niet alleen goed uitziet, maar ook best realiseer- én betaalbaar is. Daar wil ik dus best een projectplannetje aan wagen.
5. Leren door observeren:
Inhoudelijk is er veel te leren tijdens CIL, maar het is ook een perfecte gelegenheid om presentatietechnieken te observeren. Het energieke loopje van Michael Stephens werkt bijvoorbeeld heel aanstekelijk, de visuele slides van Roy Tennant passen helemaal bij zijn verhaal, terwijl -gek genoeg- datzelfde ook opgaat voor de tekstuele slides van Marshall Breeding. Ieder heeft dus een eigen stijl, de kunst is nu om alle indrukken te vertalen naar een presentatievorm die past bij je eigen persoonlijkheid.
6. Beleidsondersteuning:
Iets wat vaak vergeten wordt, is het matchen van de opgedane kennis en ervaring met het beleid van de mediatheek en/of hele organisatie. Weliswaar levert dat niet direct concrete resultaten op, je hebt hiermee wel een signaleringsfunctie in de richting van het management.
7. Ontwikkeling:
Het jaarlijks bezoeken van CIL doet je opnieuw beseffen hoe ontzettend snel de ontwikkelingen gaan. Iets wat een jaar eerder nog als innovatief, fantastisch en futuristisch werd beschouwd is een jaar later al de gewoonste zaak van de wereld. Door een congres als CIL wordt je nog meer bewust van de noodzaak om jezelf, je collega’s, de mediatheek én je relatie met je klanten te blijven ontwikkelen.
Nu ik het zo lees, is dit trouwens wel een heel aardig lijstje om te bewaren tot april 2009. Ik zal waarschijnlijk toch weer opnieuw aan mijn manager moeten motiveren wat nou het nut is van zo’n duur snoepreisje naar CIL2009!



Gaat Tim persoonlijk nog iets doen aan dat Fontys probleem in LT?
Hoi Gerard,
Ik maak toch bezwaar tegen de term ‘snoepreisje’ ...
Het is ‘hardstikke hard’ werken, en zo heel erg duur is het nou ook weer niet. Het heeft mij al met al, inclusief eten, vliegtuig, hotel, conferentie, en alles 2000 euro gekost.
Ga eens een cursus in NL volgen: dan ben je gauw veel meer kwijt, alleen aan cursusgeld al!
Ik denk dat dit toch behoorlijk wat oplevert: dat blijkt ook uit je lijst hierboven.
(Grappig is wel hoe de accenten de ene keer anders liggen dan de andere keer: soms op netwerken, soms op inhoud.)
En voor mezelf weet ik dat ik daar ook mijn nieuwe informatie vandaan haal: de weblogs en de conferenties.
Toch?
@Danniëlle: ik zal ‘m wel even een reminder sturen (from the Dutch blogger you met in the bathroom...).
@Dymphie: da’s ook mijn punt, het is zeker hard werken, en niet van negen tot vijf, maar eerder van zeven tot middernacht. Ik zie het zelf dan ook totaal niet als een snoepreisje, maar vanuit het perspectief van de manager heb je echter een week niet gewerkt, je bent een weekje naar het zonnige Washington DC geweest vanwege een of ander suf congres over computers in bibliotheken.
Ik chargeer natuurlijk, maar juist daarom heb ik die zeven punten genoemd. Want daarmee maak je inzichtelijk dat een congres als CIL echt wel tastbaar resultaat oplevert; voor jezelf, maar zeker ook voor je organisatie.
@Gerard: Dat maakt indruk, sure!
Ik stel sowieso voor dat volgend jaar zo’n ‘snoepreisje’ onder de collega’s van Mediavoorzieningen verloot wordt, de gelukkige mag dan als jouw begeleider fungeren. Ik wil best de hele dag koffie voor je halen en je laptop dragen
Ja, hè, zo gaat het alsnog op een snoepreisje lijken! Maar koffie is de hele dag onder handbereik en tegen 2009 hoop ik van zo’n lichtgewicht Asus Eee gebruik te kunnen maken. Zo’n soort begeleiding heb ik niet nodig dus.
Maar een loterij, weet je het zeker? Dat zie ik niet zo zitten, op de gok iemand naar CIL sturen. Dan liever de Idols-formule, degene met de beste motivatie mag gaan pakken. Is dat wat?
Als je het geen Idols noemt vind ik het prima!