Digitale collectievorming
Digitale collectievorming. Rare term eigenlijk...digitale collectievorming. De toevoeging van het woord ‘digitale’ impliceert dat het iets anders moet zijn dan gewone collectievorming en dat is ook zo. Een belangrijk verschil zit in de wijze waarop de content beschikbaar wordt gesteld. Simpel gezegd, een fysieke collectie boeken en tijdschriften is beschikbaar voor wie toegang heeft tot de ruimte waar die collectie wordt aangeboden. De digitale collectie heeft die beperking niet, gebruik van de materialen is tijds- en plaatsonafhankelijk. Tot dusver niets nieuws.
Maar dan nu het échte verschil: wie aan collectievorming voor de fysieke bibliotheek of mediatheek doet, kan op titelniveau nieuwe boeken en tijdschriften aanschaffen. Daarbij gelden er nauwelijks beperkingen. In principe kan ieder boek of tijdschrift worden aangeschaft om aan de collectie toe te voegen.
Probeer dat maar eens met digitale materialen. Wil je als biblliotheek één ebook aanschaffen? Of één digitaal tijdschrift? Dat kan dus niet. Nou ja, het kan soms wel, bijvoorbeeld als de contentleverancier gebruik maakt van social DRM, maar zelfs dan gelden er vaak zoveel beperkende voorwaarden dat het mogelijk zelfs strafbaar zou kunnen zijn om ze publiekelijk beschikbaar te stellen.
En dus nemen we als bibliotheeksector geen individuele digitale titels af, maar databanken. In feite zijn dat bundels, ofwel packages met door leveranciers samengestelde content. Meestal gaat het om ejournals, soms zitten er wel 5.000 tot 10.000 tijdschrifttitels in zo’n databank. Een beetje bibliotheek heeft dus al snel een collectie van 40.000 ejournals plus een paar duizend ebooks.
Terug naar de term ‘digitale collectievorming’. Zie je het probleem?
Met geen mogelijkheid kun je op titelniveau aan digitale collectievorming doen! Ten eerste gaat het simpelweg om teveel titels, maar belangrijker nog: de inhoudelijke samenstelling van databanken wordt volledig bepaald door contentleveranciers. Voor de bibliotheek beperkt digitale collectievorming zich tot het samenstellen van de digitale collectie op databank-niveau. Erg veel eer valt daarin niet te behalen, het gros van de universiteits- en hogeschoolbibliotheken is geabonneerd op grotendeels dezelfde databanken. Digitale collectievorming is ten opzichte van fysieke collectievorming feitelijk niet veel meer dan een administratief proces.
Mijn vraag is nu, dames en heren bibliothecarissen, hoe hebben wij het ooit zover kunnen laten komen?


Ik wordt echt niet betaald door MyiLibrary, maar ik wil wel even een lans breken voor hun businessmodel in reactie op je blogpost. MyiLibrary is een digitale collectie. En nee, je neemt die niet af als alles-in-een-databank pakket. Je schaft binnen hun collectie specifieke titels aan. Prijs ongeveer gelijk aan papieren versie, dat wel, voor multi-users gebruik betaal je wat meer (en een jaarlijks platformfee van $500,-). Heel mooi vind ik dat de gebruiker de PDF’s kan downloaden (wel een beperking van het aantal pagina’s per inlogsessie). Bij welke bibliotheek kun je nu boeken ophalen om blijvend in je eigen ‘boekenkast’ te kunnen zetten (beter op je eigen iPad)?
Het blijft zo dat het totale aanbod, zo’n 250.000 titels, wordt bepaald door de leverancier, maar daarbinnen is het goed kiezen en eenmalig betalen voor een titel.
We gaan binnenkort een trialperiode in op Hogeschool Windesheim. Collectievormers krijgen de gehele collectie, titels en content te zien en kunne zo hun keuzes maken. Helaas, zo denk ik, zal het academische gehalte van de titels weinig aansluiten bij onze HBO behoeften (laat staan de drempel van de Engelse taal waarin het grootste deel is geschreven).
Aansluitend bij je laatste vraag, hoe kunnen we de andere e-book leveranciers dit model laten overnemen?
Jouw bericht doet me twijfelen, maar kan je bij NetLibrary ook niet per e-book aanschaffen? Als ik goed naar mijn nieuwe collega die hier (bibliotheek Haagse Hogeschool) de e-book collectie onderhoudt (we hebben een abonnement op NetLibrary) heb geluisterd, kunnen we via Title Select de e-books per titel bestellen! De restricties met DRM is natuurlijk een andere kwestie want ook als je per titel kunt bestellen zijn de mogelijkheden wat je met je e-books kunt meestal beperkt: maar beperkt downloaden, printen, uitlenen etc. Any Where Any Time krijgt hierdoor wel een andere betekenis. Hier ligt de macht bij de uitgevers en aanbieders! En ja, terecht stel je dan de vraag hoe hebben we het zover laten komen dat we gewoon machteloos zijn wat betreft DRM? Moet een e-book hetzelfde worden behandeld als een gewoon boek wat betreft rechten? Waarom mag een e-book niet aan meerdere personen worden uitgeleend tegelijkertijd, terwijl dat technisch heel goed mogelijk is?
@Erik en Leen: jullie leggen de focus allebei op ebooks, maar het gaat mij ook om de ejournals, die zitten in door leveranciers vastgestelde pakketten, waarop je geen enkele invloed hebt.
Voor eBooks zijn er inderdaad plaforms als Netlibrary waarbij boeken per titel kunnen worden gekocht, maar het blijft de leverancier die volledig bepaalt welke titels je mag kopen. Daar zit dus fundamenteel iets mis, een bibliotheek dient dat- net als bij de papieren collectie, helemaal zelf te kunnen bepalen.
Ik vind het niet zo gek dat de ‘dames en heren bibliothecarissen’ hier nog niet aan zijn toegekomen. In mijn beleving zijn die vaak nog bezig om de omslag van fysiek naar digitaal te verwerken. Databanken worden aangeschaft, maar het blijven voorlopig package deals waar ze weinig inzicht en nog minder zeggenschap over hebben.
Los staande package deals ook, en dat creëert zoveel ingangen dat niemand (noch de klant, noch de bibliothecaris) weet waar iets te vinden is.
Je kunt de schuldvraag natuurlijk ook omdraaien: waarom is de markt (in Nederland) nog niet zover dat het bestellen en opnemen van een afzonderlijke digitale titel een kwestie is van een paar klikken?
Het woord klikken doet me dan weer denken aan pay-per-click, veelgebruikt binnen online marketing. Waarom zou een bibliotheek niet een e-book gratis (!) kunnen opnemen in de collectie en naar rato betalen per download? Stom dat de dames en heren uitgevers daar nog geen antwoord op hebben gevonden. Hoogstwaarschijnlijk zitten zij ook nog te vastgeroest in het fysieke uitgeefmodel.
Voor een meer specialistische wetenschappelijke bibliotheek als die van het Afrika-Studiecentrum ligt de problematiek van de digitale collectievorming anders dan gezien vanuit de wat meer gelijkvormige hoger onderwijs-bibliotheken.
Wat betreft e-boeken: met klanten uit heel Nederland (en soms daarbuiten) heeft het weinig zin om een e-book aan te schaffen waarvoor leners alsnog speciaal naar Leiden toe moeten komen om daar tegen allerlei leen- download- en print problemen aan te lopen. Van de andere kant worden wij soms gedwongen een duur papieren exemplaar te kopen terwijl er drie of vier academische bibliotheken in Nederland zijn die een digitale versie van ditzelfde boek hebben aangeschaft. Coordinatie van collectievorming wordt voor digitale titels een stuk lastiger.
Vanzelfsprekend werken wij ook niet met e-journal packages maar selecteren wij alles op titelniveau. Bekende e-tijdschriften van westerse uitgevers zijn vaak voor onze klanten buiten Leiden al toegankelijk als gevolg van de door jullie geschetste ontwikkeling dat tijdschriftencollecties van onderwijs en onderzoeksinstellingen steeds meer op elkaar gaan lijken. Veel Afrikaanse tijdschriften zijn (nog) niet digitaal dus paradoxaal genoeg zijn de meeste nieuwe tijdschriften waar wij ons de afgelopen jaren op hebben geabonneerd, op papier!
Echte voordelen van de tijds en plaatsonafhankelijkheid van digitale collecties hebben we pas bij het open access materiaal in het publieke domein. Door het semi-automatisch oogsten van Institutional Repositories (IR) kunnen we toegang geven tot veel academisch materiaal tegen relatief lage kosten. Ook is het web een belangrijk platform voor veel ‘grijze’ Afrikaanse uitgevers zoals overheden en NGO’s van wie wij mogelijk nooit het papieren produkt gezien zouden hebben. Bijvoorbeeld een versie van de Keniaanse grondwet waar het commentaar van de commissieleden nog in staat (http://opc-ascl.oclc.org/PPN?PPN=329134779). Het lastige voor collectievorming is de veelvormigheid van die digitale produkten en de daarmee samenhangende arbeidsintensieve manier van selectie en ontsluiting. Anders dan bij de IR’s zijn er ook weinig garanties dat een link naar de titel tot in lengte van jaren stabiel blijft. De conclusie die wij getrokken hebben (opslag van rechtenvrij materiaal op eigen servers) levert wel een duurzame collectie op maar de (arbeids)kosten zijn ook hoger.
Kortom, bij het Afrika-Studiecentrum is de digitale collectievorming juist een uitdaging, waarbij bijzondere elektronische publicaties een bredere bekendheid krijgen en voor de langere termijn bewaard worden.
Hoe we het zo ver hebben laten komen? Simpel, omdat we als bibliotheekorganisaties onvoldoende initiatief hebben genomen om een platform te creëren van waaruit we ook daadwerkelijk digitale content konden gaan aanbieden. De tijdschriftenkasten in de bibliotheek hebben we tot in de puntjes doorgrond en niemand verwacht van een uitgever dat ze behalve het bestelde tijdschrift ook nog een kast erbij moeten leveren om het aan je gebruikers aan te kunnen bieden.
Dat klinkt vreemd maar is precies wat er wel aan de hand is met ejournals. Bibliotheken als afnemers van ejournals hebben geen platform waarin ze zelf individuele titels kunnen opnemen om aan te bieden aan de klanten. Er worden geen eisen bij een leverancier neergelegd om het aangeleverd te krijgen voor de eigen situatie. Anderzijds heeft een uitgever belang erbij om dat platform zelf wel te ontwikkelen: je moet toch wat met al je digitale tijdschriften? Ipv je content uit handen te geven naar je klanten, geef je ze toegang tot jouw eigen platform waar de content op staat. Je verkoopt geen product meer maar een licentie.
Alle uitgevers ontwikkelen eigen platforms, bundelen hun cash cows met hun niet verkopende content en voila, je hebt databanken/package deals en de situatie waar je nu in zit (nou ja, waar we al ruim 10 jaar in zitten). We betalen allemaal voor tienduizenden ejournals terwijl we er nog geen honderden zouden hebben gekocht als ze individueel te koop waren geweest.
Hoe zijn we hier gekomen is dan, behalve wat chagrijnig over je schouder kijken, minder zinnig dan de vraag, hoe maken we ons los van deze situatie? Lastig, zou mijn antwoord zijn. Eigenlijk zou je een uniform genoeg platform zelf moeten hebben (laten we een discovery tool als Summon dan maar even gemakshalve nemen) waarmee je content zelf met een zoekinterface kunt aanbieden aan je gebruikers. Vervolgens zou je over de brede linie moeten gaan heronderhandelen met al die uitgevers waarbij je dan ook met voldoende mandaat stellingname neemt: of alleen de content betalen en krijgen die je ook echt hebben wilt, of we nemen niks meer van die leverancier af. Uit zichzelf gaat het echt niet veranderen.
Volledig mee eens en die package deals storen mij ook steeds vaker, zeker nu ze steeds vaker gegroepeerd worden op de diverse platforms. Een kleine nuancering - het gros van de universiteits- en hogeschoolbibliotheken is geabonneerd op grotendeels dezelfde databanken - zo’n 80 % van de door de UB’s bekostigde databanken ( en dat zijn er inmiddels meer als 1700) wordt maar door 1 enkele UB aangeboden en slechts 5 databanken door alle 13 UB’s. Dit is bij het HBO niet veel anders.
@Erik @Leen Ook Myilibrary en NetLibrary (en ebrary en al die anderen) zijn onderdeel van hetzelfde probleem. Ze hebben niet voor niets het woord library in zich want ze vervullen eigenlijk precies die taak die je als bibliotheek zelf zou moeten vervullen, wil je echt aan digitale collectievorming doen. Je betaalt voor het platform dat je eigenlijk zelf zou moeten hebben en bent vervolgens afhankelijk van welke titels *zij* digitaal collectioneren op hun platform zodat *jij* dat van hun kunt doorgeven aan jouw klanten.
Ja, je kunt individuele titels selecteren bij al die platforms maar het is een keuze uit een package die zij samengesteld hebben uit aanbod van uitgevers. Zij zitten het digitale collectioneringswerk te doen waar Gerard het over heeft in de vorm van gesprekken met uitgevers, toekennen van metadata en nadenken hoe de content het beste aangeboden kan worden.
Voor de bibliotheken zelf blijft inderdaad een primair administratieve handeling over, namelijk het licentiebeheer op dat platform. En als collectioneerders nadenken hoe je die tientallen verschillende platformen (die databanken en de Netlibraries feitelijk allemaal zijn) moet gaan uitleggen aan je eigen eindgebruikers.
@Eric Pay-per-click is een oud idee natuurlijk dat niet zo zeer door uitgevers tegengehouden wordt als door bibliotheken zelf. Tenminste, laat ik dan voor mezelf spreken want als een uitgever het zelfs maar durft voor te stellen, dan schiet ik dat genadeloos af. Simpele reden: als instelling hebben we meer baat bij inzichtelijke vaste kosten vooraf. We betalen liever iets meer als we zeker weten dat het daarmee ook afgekocht is, dan dat we eind van een periode op basis van pay-per-click bij zouden moeten betalen. Daar is simpelweg niet op te begroten door ons.
Patron Driven Acquisition of Access is echter een verschijnsel waar beide partijen meer heil in zien en wat veel overeenkomsten heeft met pay-per-click. Op basis van daadwerkelijk gebruik en vraag van je gebruiker maak je afspraken over wat er wordt aangeschaft door een bibliotheek, of toegankelijk wordt voor die eindgebruiker. Het probleem dat dit nog steeds platform gebonden is los je er niet mee op maar het geeft wel een interessante wending aan de invulling van het digitale collectioneren.
@Raymond Toch jammer dat de angst voor niet begrote kosten direct de sluitpost moet zijn voor pay-per-click. Bibliotheken schaffen dus liever digitale voorselecties of fysieke materialen aan omdat dat veilig binnen de begroting past? Dat geld wordt dus ook uitgegeven als materialen zelden of nooit de kast uit komen, want collectioneren blijft een beetje koffiedik kijken, hoe goed we het ook doen.
In plaats van winkeldochters houden op zwaar bevochten fysieke ruimte zou ik dus wel degelijk denken aan een pay-per-click optie, omdat die zich ook langs andere wegen terug betaalt. Misschien is het ook beter om van pay-per-download te spreken.
Natuurlijk moet je goede afspraken maken over tarieven, controleerbaarheid en een bovengrens in de uitgaven. Mogelijk kom ik dan al in de buurt van wat jij noemt Patron Driven Acquisition of Access.
Maar betaling naar daadwerkelijk gebruik en na bewezen nut, het lijkt mij ideaal.
@Eric Pay-per-click of pay-per-download is echt een financieel model waarin je als bibliotheek weliswaar keurig stuurt op betaling naar daadwerkelijk gebruik maar wat maar bijzonder weinig te maken heeft met enige vorm van gestuurd collectioneren. Ik ben het helemaal met je eens dat het doel moet zijn om voor die content te betalen die ook daadwerkelijk gebruikt wordt maar zou daar toch wel enige relatie willen hebben met het collectiebeleid wat je hier in wilt voeren. Reduceren van het koffie dik kijken om jouw woorden dan gelijk te gebruiken.
Patron Driven Access heeft voor de eindgebruiker ongeveer hetzelfde effect, namelijk toegang tot die content die hij/zij ook wil hebben maar het idee is dat je daar met instrumentarium ook collectiekeuzes mee maakt. Als een document 1x, 2x of 3x aangeklikt wordt, dan wordt het document (pas) toegankelijk gemaakt bijv. Een willekeurig voorbeeld maar het gaat er om dat je concrete vraag vertaalt naar een aanbod waarbij je zelf nog drempels kunt inbouwen. Op papier schaffen we ook geen boeken aan voor de collectie omdat 1 student of docent er om vraagt toch?
Qua betaling heb je helemaal gelijk want uiteindelijk is dit ook een vorm van pay per click omdat toegang tot nieuwe content meer kost maar daar zou ik juist dus graag nieuwe modellen in willen zien bij uitgevers. Wat is er mis mee om bijv. PDA content maar voor 1 week toegankelijk te krijgen voor je klanten (en daar dus navenant minder voor te betalen). Doe daar een bovengrens bij, vergelijkbaar met een deposito zoals je dat voor IBL ook altijd doet/deed en dan heb je ook je begroting veilig gesteld.
Dit moet wel haast de eerste blogpost op deze (toch al heel lang lopende) weblog zijn waarbij de reacties gemiddeld langer zijn dan het blogbericht erboven. Da’s bijzonder. Ook bijzonder is om te lezen hoe het Afrika-Studiecentrum omgaat met deze problematiek.
De term PDA kende ik alleen als afkorting voor zo’n prehistorische iPad, maar Raymond kwam op de proppen met Patron Driven Acquisition. Dat kende ik nog niet, maar het principe van alleen betalen voor de boeken die werkelijk gebruikt worden spreekt me wel aan. Blijft het probleem dat je moet vissen in het vijvertje dat de leverancier heeft aangelegd, maar los daarvan heel aardig als verbeterde versie van het pay-per-click model.
Mocht dit model aanslaan, dan ontstaat er overigens weer een geheel andere situatie; niet de bibliothecaris, maar de frequentie van het gebruik van de materialen is dan bepalend voor hoe de collectie er uit gaat zien. En zo komt de gebruiker aan de macht.