Hedendaagse informatievaardigheden
Vandaag is het 109 111 jaar geleden dat Pjotr Iljitsj Tsjaikovski overleed. Toevallig wist ik zijn sterfdatum nog, want in een nog niet zo heel ver verleden heb ik ooit eens mijn zus geholpen met een school-werkstukje over deze componist. Dat viel nog niet mee, want gezien de leeftijd van m’n zus destijds moest ik mijn zoekgebied afbakenen tot Nederlandstalige informatie. Uiteindelijk vond ik vrijwel niets op het ‘Nederlandse’ internet, wel een aardig stukje in de Encarta CD-Rom. Van het internet plukte ik wel nog wat aanvullende plaatjes en samen met de uit Encarta gekopieerde tekst plakte ik alles in een MS Word document. Mijn zus was dolblij met die diskette, want nu hoefde ze alleen nog de tekst te herschrijven zodat het iets meer leek op een werkstuk van een middelbare scholier. Toch was ze niet helemaal gerust. Want stel je voor dat de muziekleraar er achter zou komen dat niet de bibliotheek, maar de computer van haar broer leverancier van de informatie was…
Nu, een jaar of zeven later, is deze methode gemeengoed. De computer -en met name het internet- heeft de rol van bibliotheek als informatiehaven overgenomen. De computer is de centrale spil in het proces van verwerven, verwerken en presenteren. En waarom ook niet? Het doel wordt evengoed bereikt, alleen kost het nu allemaal wat minder tijd en moeite. Vooral dat laatste aspect is waar de ‘oude’ bibliothecarissen steeds maar over blijven struikelen. Een informatievraag dient in hun ogen zorgvuldig opgebouwd te worden, waarbij alleen zoeken volgens een vaste zoekmethode tot hét juiste antwoord kan leiden.
Nu leiden er steeds meer wegen -steeds sneller ook- naar Rome, en zo is het ook op de digitale snelweg. Anno 2004 heb ik in vijf seconden een schat aan informatie over Tsjaikovski. Niet allemaal van dezelfde kwaliteit, maar samen waarschijnlijk wel goed genoeg om in een werkstuk te verwerken. Een student zal waarschijnlijk dezelfde weg volgen. En precies hier- in deze fase van het literatuuronderzoek- zou de ‘nieuwe’ bibliothecaris informatiespecialist zich ermee moeten gaan bemoeien. Want het internet zorgt dan wel voor véél meer informatie- maar het zegt niets over de kwaliteit van de gevonden informatie. Van de informatiespecialist zou je op dat moment daarom die inhoudelijke deskundige ondersteuning in het informatiezoekproces mogen- nee, moeten verwachten. Zodat studenten ook eens terecht komen bij bronnen die niet altijd direct hoog scoren in de Google-ranking, zoals dit naslagwerk. Of bij het nauwelijks bekende informatiebod van de bibliotheek zelf, zoals deze bronnen.
Gebruik je verworven informatievaardigheden, wijs de weg, geef deskundige adviezen en zorg er vooral voor dat de vraagsteller nooit ontevreden weggaat. Zo borg je gelijk ook nog even het bestaansrecht van de informatiespecialist. En geloof me, dat is anno 2004 echt nog nodig.
N.B.:aanleiding voor dit verhaal was eigenlijk dit stukje, linea recta overgenomen uit WikiPedia, zonder bronvermelding.

Hallo Gerard,
Wil je met dit verhaal zeggen dat je als bibliothecaris/informatiespecialist niet meer een gebruiker hoeft te leren om systematisch te zoeken? Ik denk dat dat nog steeds heel hard nodig is. Juist nu ons veel meer bronnen ter beschikking staan, moeten we ons afvragen welke bron we wanneer gebruiken en hoe we onze zoekvraag moeten formuleren. M.i. is het nu nog belangrijker dan voorheen om te leren hoe je systematisch moet zoeken. Dat betekent niet dat er maar één manier de goede is; soms zijn er meer wegen die naar Rome leiden, maar je moet je wel bewust zijn van de keuzes die je maakt. Zo kan je ervoor kiezen om niet te zoeken via internet, maar in boeken of (wetenschappelijke) tijdschriften omdat de waarde van die informatie vaak makkelijker te achterhalen is dan informatie die je van het net plukt. Ik vind het maken van een keuze uit verschillende bronnen onderdeel van een systematische aanpak van het zoeken. Daarnaast vind ik het van groot belang dat we mensen wijzen op het nut van het vermelden van een bron. Bovendien wordt het citeren van andermans tekst gezien als iets minderwaardigs. Ik ben van mening dat het citeren van een tekst van een ander waar dat zinvol is en mogelijk, getuigt van een bepaalde vaardigheid. Wie op het juiste moment een ander citeert, laat zien dat hij kan bepalen wanneer hij beter anderen het werk kan laten doen, èn dat hij in staat is om de juiste informatie te verzamelen. Het citeren van andermans teksten is iets om trots op te zijn dus, en niet iets om je voor te schamen!
@Margreet: wat betreft bronvermelding, mijn ervaring is niet direct dat dit als minderwaardig beschouwd wordt (zeker niet op weblogs), maar bij studenten is er wel degelijk de angst dat de docent zegt: ‘had je zelf niets kunnen bedenken’. Vaak laten ze daarom bronvermelding achterwege, of herschrijven ze het stuk.
En wat betreft het systematisch zoeken, jazeker moet de informatiespecialist de gebruiker daarin adviseren en -als die ruimte er is- proberen bij te sturen. Maar durf daarbij die vaste patronen eens los te laten. Concentreer je niet op het medium, maar op de inhoud. Een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift kàn meer waarde kan hebben dan een artikel op het internet, maar dat hoeft niet.
En laten we daarbij niet vergeten dat de moderne student al veel informatievaardiger is dan dat wij allemaal denken. Ze groeien op in een digitale informatiemaatschappij, nemen op diverse manieren ontzettend veel informatie tot zich en weten dat ook nog te reduceren tot behapbare proporties. Laat de informatiespecialist zich daarom concentreren op de belangrijkste aspecten voor die student: verbeteren van de zoekresultaten, aanreiken van kwaliteitscriteria en ondersteuning bij de informatieverwerking.
Het enige stukje dat Woest & vredig niet letterlijk uit Wikipedia overneemt is het sterfjaar van Tsjaikovski en bijgevolg het aantal jaren dat dit geleden is (respectievelijk 1893 en 111 jaar). En daar blijkt Woest & vredig het bij het rechte eind te hebben.
Goh, dat dit de verzamelde informatiespecialisten nog niet is opgevallen…
He inderdaad! Benieuwd of het in het werkstuk van mijn zus destijds wel goed stond…
Overigens heeft Woest & Vredig het stukje na mijn Trackback op zijn site nog wel tekstueel aangepast want de versie die ik eerder vandaag zag was echt 100% hetzelfde.
Die versie had ie beter gewoon kunnen laten staan, het toevoegen van een link naar de bron zou al voldoende zijn.
Ik heb het ook maar gelijk gecorrigeerd in de Wikipedia en dat was mijn eerste bijdrage eraan!
ie
Het is maar een deel van de pagina, de laatste reactie staat in het rechterframe bovenaan de pagina
Hé ja, wat vreemd. In Firefox ziet alles er prima uit. Ik zal eens in m’n CSS-schema gaan graven.
Fijne browser, IE
Al gefixt, IE verslikte zich in een div-je. Bedankt voor het signaleren, Michel!
Leuk al die reacties. Maar het was wel een beetje link wat je deed Gerard voor het werkstuk van je zus Gerard, het internet is niet altijd even betrouwbaar!;)!
groets, Maja
@Maja: het was eigenlijk helemaal niet link, voor de inhoud gebruikte ik de Encarta encylopedie, van het internet haalde ik alleen wat afbeeldingen.
Maar wel intrigerend wat je achter de komma zegt: ”het internet is niet altijd even betrouwbaar”. Dat zou zomaar gezegd kunnen zijn door een ‘bibliothecaris oude stijl’. Ik geloof niet dat jij het zo bedoelde, maar ik hoor het vaker, en dan wordt dat als argument gebruikt om het internet maar liever niet te gebruiken als informatiebron.
Flauwekul natuurlijk, het internet is een informatiekanaal, niet anders dan de krant of tv. Hoe betrouwbaar de geboden informatie is, dat is een inschatting die je altijd zelf zult moeten maken.
Hoi,
wat ik voornamelijk erg lastig vond bij het citeren van websites in een onderzoek dat ik 2 jaar geleden deed naar Computerkunst in Nederland was niet zozeer het beoordelen van de kwaliteit van de informatie maar wel het hoe citeer je een url… ja oke een noot van maken maar welke informatie zet je nog meer in die noot? De auteur van de tekst (als die al te achterhalen is), het jaartal van de tekst (als de auteur de site niet net gister nog ververst heeft) en wat doe je als morgen ineens de website waar jij je informatie van af hebt gehaald niet meer bestaat?
Ik denk dat de rol van de informatiemediair meer ligt in het informeren van de student over de voordelen/nadelen van het internet als bron en de student (zoals al eerder gezegd) helpt bij het formuleren van een zoekvraag (alhoewel zoeken op internet juist lekker ad hoc moet gebeuren). De student kan dan zelf inschatten om bepaalde internetinformatie wel of niet te gebruiken in een werkstuk. En wat citeren betreft daar bestaat bij mij geen twijfel over, citeren moet!
@moqub
Een tip voor als je nog eens een elektronische bron wilt citeren: daar is een ISO-norm voor. Ik pas die norm zelf niet volledig toe omdat ik nooit wetenschappelijke publicaties schrijf, maar ik maak een selectie eruit. Als ik er zeker van wil zijn dat sites terugvindbaar zijn, dan zorg ik dat ik die pagina’s offline bewaar op mijn p.c. Handig als ik zelf nog eens wat wil nazoeken!
@Margreet: ter vervanging van het zelf bewaren van pagina’s op je harde schijf zou je ook eens naar FURL moeten kijken. Zie hier.
waar ik zelf nooit aan gedacht heb maar nu wel in me opkomt.. het bewaren van pagina’s op je pc is een optie maar je kunt natuurlijk ook de pagina’s printen en als bijlage bij het werkstuk/scriptie/onderzoek doen - zal de docent vast heel blij mee zijn
dank voor de tips!
m
@Gerard,
Dat kan natuurlijk ook. Ik ben alleen liever niet afhankelijk van anderen als het gaat om het bewaren van teksten: ik weet zelf precies wat ik doe om data-verlies te voorkomen, en bij anderen weet ik dat niet. Het is me wel eens gebeurd dat een dergelijke dienst waar ik gebruik van maakte werd opgeheven! Dat is niet erg als het niet gaat om belangrijke zaken, maar zeker bij wetenschappelijke publicaties zou ik me er niet graag afhankelijk van maken.
@Margreet: Ah, ja, dat is me ook eerder overkomen, zomaar ineens was m’n weblogprovider failliet. Vandaar dat ik bij FURL eens per maand alle pagina’s naar een zip-bestand exporteer. Is nog geen minuutje werk, daarbij heb je met FURL altijd en overal je favoriete bookmarks bij de hand, in een doorzoekbaar archief.
ps. ook mijn harde schijf is wel eens gecrashed…
@Gerard,
Ja, daarom bewaar ik mijn bestanden dus altijd op 3 p.c.’s: mijn laptop en twee p.c.’s op het netwerk. Dat zou genoeg moeten zijn
Hoi Gerard,
Dum dum dum, dacht dat ik een mailtje van je kreeg dus heb ik je teruggemaild inplaats van hier een reactie te geven.
groets, Maja
@Margreet
Voor bestanden kan ik me voorstellen dat je dat op meerdere plaatsen bewaard maar als het om websites gaat waar je teksten van geciteerd hebt dan gaat het me wat ver om dat op drie plaatsen te bewaren. Internetinformatie is vluchtig, soms vind je nooit meer terug wat je ooit vond en soms vind je betere informatie.
De FURL oplossing van Gerard lijkt me wel wat, met het risico dat die dienst op een gegeven moment niet meer bestaat.
Bestaat er niet zoiets als een online bibliotheek van veel geciteerde teksten?
Wat doen docenten met de teksten die veel door andere studenten worden gebruikt en gevonden worden als de docent de ingeleverde werkstukken screent op plagiaat - in het geval dat deze teksten op het web te vinden zijn? Zetten docenten dan op een website de links van die veel geciteerde teksten met de opmerking: deze hoef je niet te gebruiken, je valt direct door de mand.
Of zijn we in Nederland nog niet zo ver op het gebied van plagiaat-opsporing?
M
@moqub: er is speciale software waarmee ingeleverde werkstukken kunnen worden gescreend en dat is ook in Nederland al hard nodig. Ik weet niet precies hoe die software werkt maar op een of andere manier worden bepaalde zinssnedes uit het werk vergeleken met zinssnedes in bestaand online werk.
In dat kader is dit wel een handige link: http://elearning.surf...
@sybilla de software waar jij over schrijft is software die inderdaad kijkt of tekst overeenkomt met tekst van iemand anders. De teksten staan allemaal in een grote database en zijn ingebracht door docenten zelf. Zij uploaden scripties/werkstukken en vergelijken deze met scripties/werkstukken die al in de database zitten. Volgens mij kijkt deze software niet naar teksten die op internet staan. Is misschien ook wel onmogelijk voor een systeem om zinsneden op het web te zoeken die overeenkomen met een ingebracht werkstuk of scriptie.
Ik kan er naast zitten maar ik dacht dat het zo werkt.
M
@Moqub,
Er zijn verschillende soorten software op dit gebied. Sommige pakketten gaan inderdaad uit van eerder ingevoerde teksten, andere pakketten gaan uit van een linguistische analyse, en weer andere pakketten vergelijken de tekst met sites op internet. Zie ook een artikel hierover op Edusite.