Marshall Breeding geeft richting
Het was afgelopen donderdag bij de TU Delft niet voor het eerst dat ik Marshall Breeding aan het werk zag. Beide keren dat ik in Washington D.C. was voor Computers In Libraries volgde ik enkele van zijn sessies. Die waren zondermeer goed, maar ik raakte pas echt onder de indruk tijdens een gezamenlijk diner (het was daar waar Moqub de basis legde voor Marshall’s bezoek aan Delft) afgelopen april tijdens CIL2008.
Natuurlijk imponeerde hij met zijn ongeëvenaarde kennis over bibliotheeksystemen, maar ook zijn persoonlijkheid maakte indruk; kalm, serieus, bijna introvert maar tegelijkertijd heel toegankelijk en oprecht geïnteresseerd in zijn tafelgenoten. Een bijzonder mens dus, en toen Moqub meldde dat ie naar Nederland zou komen, twijfelde ik geen moment, daar wilde ik zeker bij zijn.
Afgelopen donderdag sprak Breeding voor een klein gezelschap bij de bibliotheek van de TU Delft, het was geloof ik zijn derde optreden in drie dagen, maar het was ‘m niet aan te zien.

(foto: moqub)
Zo leidde hij de zaal vol overgave over de weg langs de kronkelige paden zoals aangelegd door onze fijne leveranciers van bibliotheeksystemen. Volgens Marshall heeft onderlinge concurrentiestrijd nooit gezorgd voor betere systemen, maar juist voor consolidatie van bestaande systemen. Bibliotheken gingen daarom vaak lange relaties met hun leveranciers aan, simpelweg omdat kiezen voor een andere leverancier geen enkel voordeel opleverde. Pas nu, dankzij de komst van alternatieve en innovatieve open source systemen als Koha en Evergreen weten bibliotheken dat er écht iets te kiezen valt. De meesten kiezen overigens nog altijd niet voor open source, maar zetten wel hun leveranciers onder druk om eindelijk ook eens in beweging te komen. Steeds meer bibliotheken willen nu af van de gesloten wijze waarop de bibliotheek-software geleverd wordt, het is een hermetisch afgesloten ‘black box’. Bibliotheken pikken dat niet meer en eisen toegang tot hun eigen(!) data en bedrijfsprocessen. Of in Marshall’s eigen woorden: “software that doesn’t hold data hostage”.
Marshall schetst de verschillende modellen:
1. traditioneel bibliotheeksysteem: een ‘black box’, geen toegang tot data, logistieke processen, geen programmeurstoegang
2. bibliotheeksysteem met relationele database: de data wordt toegankelijk doordat het wordt opgeslagen in een externe database
3. Open Source bibliotheeksysteem: een geheel open systeem, toegang tot alle data, alle processen en alle code
4. Open API: geen directe toegang tot het bibliotheeksysteem, wel indirect programmeerbare toegang tot data en processen via een API
Een combinatie van de laatste twee lijkt voor het gros van de bibliotheken het meest aantrekkelijke model. Schaalbaar, kost-efficiënt en relatief veilig. Wel waarschuwt Marshall om ook bij open source systemen evengoed te kijken naar de zogenaamde ‘total costs of ownership’ en zeker niet kiezen voor open source uit louter idealistische overwegingen. Maar wie nu niet direct in nood zit kan beter nog een jaar of twee wachten, waarschijnlijk zijn de open source bibliotheeksystemen tegen die tijd volwassen genoeg om in te zetten in een academische bibliotheekomgeving.
Maar ook uit een andere hoek kan nog wel wat vuurwerk verwacht worden, zo waarschuwt Breeding, wat te denken van OCLC? Het vlaggeschip WorldCat blijft maar uitdijen en ontwikkelt zich gestaag tot een compleet bibliotheeksysteem. Voor de onderdelen die nog niet in huis zijn is OCLC nog op het overnamepad en zeker nog niet klaar. Nauwlettend in de gaten houden dus.
Dan schakelt Marshall over naar een ander stokpaardje: Next Generation Interfaces. De huidige realiteit is dat de ontwikkeling van de OPC ver achter blijft bij wat er gezien de technologische stand van zaken verwacht mag worden. Onder invloed van web 2.0 worden er door bibliotheken wel allerlei initiatieven ontplooid (wiki’s, weblogs, tags in de catalogus enz.), maar dat zijn vrijwel altijd seperate, naast elkaar opererende oplossingen.
De oplossing volgens Marshall moet gezocht worden in de harvest / indexing combinatie, dus zoveel mogelijk content binnenhalen, met elkaar combineren en alleen nog federatief zoeken als het echt niet anders kan. Een catalogus die zich alleen beperkt tot gedrukte materialen is niet meer van deze tijd. Daarom zijn hybride catalogi nodig, waarin technologieën nodig zijn die weer een stapje verder gaan dan bijvoorbeeld het OpenURL protocol. Zo moet het mogelijk worden om alle aan elkaar gerelateerde content, of het nu gedrukt of digitaal is, on the fly aan elkaar te knopen. Belangrijke vraag hierbij is wel in hoeverre de databank-leveranciers bereid zullen zijn om mee te werken aan het ‘overpompen’ van hun data naar de systemen van de bibliotheek.
Een ander punt is dat het niet alleen gaat om de data, maar zeker ook om de diensten die daaromheen worden aangeboden. Dat hebben we als bibliotheek lang niet altijd onder de knie, met name op het terrein van klantvriendelijkheid laten we nogal eens steken vallen. Als een klant bijvoorbeeld een specifiek boek wil lenen, dan zou het er niet toe moeten doen op welke locatie dat boek zich op dat moment bevindt. En toch schuiven wij als bibliotheek dat probleem ongegeneerd op het bord van de klant.
En waarom kunnen onze gebruikers niet, zoals bij Amazon en Google Books al lang mogelijk is, direct zoeken in de volledige teksten van boeken? Wat wij als catalogiseerders doen is alleen heel basaal beschrijven over welk onderwerp het boek gaat. Die methode schiet simpelweg te kort, waarom doen we dat dan nog steeds?
Zo stelt Marshall Breeding zich voortdurend vragen, en daarmee houdt ie natuurlijk ook de toehoorders in de zaal een spiegel voor. Waarom doen we eigenlijk de dingen die we doen? Bouwen we nu een digitale bibliotheek voor onszelf, of voor onze klanten?
Want is het niet zo dat gebruikers zich moeten kunnen concentreren op hun zoekvraag, en niet op het ontcijferen van het zoekmechanisme? Als we het daar over eens zijn, dan is dit dé uitdaging: laat al die ingewikkelde processen aan de achterkant er aan de voorkant zo simpel mogelijk uitzien.
Ook dat is weer zo’n krachtig statement waarmee Marshall niet dé oplossing aandraagt, maar wel richting aangeeft. En voor mij persoonlijk was dat de winst van deze dag; in de wetenschap dat er op alle niveau’s nog ontzettend veel bergen te verzetten zijn, gaf het betoog van Marshall Breeding me wel weer een sterk en duidelijk gevoel van richting.


(4.5)
Goed verslag Gerard, je beschrijft voor mij ook de presentatie die hij bij Ticer gaf.
Ik sluit me helemaal aan bij Wouter. Mooi volledig en daarmee ook fijn samengevat in het Nederlands.
Thanks!
@WoW!ter: daar was ik dan weer niet bij, ik moet ook nog eens naar de beelden uit Rotterdam kijken.
@Edwin,
dat Nl was natuurlijk geen bezwaar.
Mooi!
Ik vond Marshall ook heel inspirerend in zijn oprechtheid en openheid. Iemand die zichzelf en de ander vragen stelt.
“Le savant n’est pas l’homme qui fournit les vraies réponses; c’est celui qui pose les vraies questions.”
Na zo’n prachtige quote vraag ik me altijd af:
Pourquoi, n’etais-je pas plus attentif dans les cours de francais?
LOL