NVB Jaarcongres, ja of nee, deel 2
Om met het meest positieve te beginnen, het feit dat een beleidsmedewerker van de NVB de moeite neemt om op een blogposting te reageren is toch wel bemoedigend.
De reactie van Lourense Das op mijn vorige bericht geeft in ieder geval een beetje inzicht in de NVB-keuzes, afwegingen en belangen. Interessant, maar ook wel zorgelijk, want ik krijg nu niet gelijk de indruk dat het belang van de NVB-leden voorop staat. Integendeel, juist leveranciers en sponsoren worden in bescherming genomen en veel belangrijker gemaakt dan nodig is.
Maar laat ik eerst even ingaan op het OWD versus NVB probleem met betrekking tot de congresagenda. Nu zullen natuurlijk niet alle bezoekers van de OWD ook naar het NVB-Jaarcongres komen, maar toch, veel van de gekozen onderwerpen en sprekers bij de NVB-dag zijn dezelfde als op de OWD, da’s gewoon niet handig. De data van de SURF Onderwijsdagen liggen ook al lang van tevoren vast, dus enige tijdige onderlinge afstemming tussen beiden over het programma moet toch niet al te lastig zijn.
En ja, de toegangsprijs voor het NBV-jaarcongres is inderdaad vrij laag, als je lid bent tenminste, voor niet-leden is 150 euro voor een halve dag toch een aardige investering. Maar oké, ik begrijp best de noodzaak voor de NVB om sponsoren en exposanten om een financiele bijdrage te vragen.
Daarvoor worden ze in het programma nu echter wel heel ruimhartig gecompenseerd. Om 9.30 uur openen, en pas halverwege de middag toekomen aan inhoudelijke sessies, dat noem ik niet echt ‘non-conflicting time’. Het lijkt welhaast alsof ‘de expositie met 50 standhouders‘ centraal staat (het wordt ook liefst 4x vermeld in het programma) en het inhoudelijke deel tot bijzaak is gedegradeerd. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn.
Overigens richtte ik mijn kritiek met betrekking tot het inhoudelijke programma niet op de onderwerpen zoals die zijn aangedragen door de NVB-leden, maar op de veel te krap afgemeten tijdsduur van amper 30 minuten per sessie.
Mijn punt is, waarom niet wat meer tijd en ruimte geven aan inhoud, en wat minder aan commercie? Als ik echt zonodig met een leverancier over zijn producten wil praten, dan nodig ik ‘m zelf wel uit.


