Wembley, pagina 122

wembley
Dit is fragment nummer 122 van het boek "Wembley" van Richard Osinga.
De gordijnen van het huis van Aleida zijn dicht. Ik bel aan. Niemand doet open dus ik druk nog eens heel lang op de bel. Uiteindelijk komt er een man naar beneden. Het is een jonge vent, een Marokkaan denk ik. 'Wat moet je?' zegt hij.
Ik laat het cadeau zien.
Hij scheldt en smijt de deur dicht.
Ik draai me om en loop weg. Die tipo tipo is daar boven met Aleida en hij schaamt zich nergens voor. Hij scheldt me uit in mijn gezicht. Ik lijk wel degene die zich moet schamen. Ik ben woedend maar ik kan niets met mijn woede. Ik weet niet hoe ik hem te schande moet maken. Ik kan niets. Ik kan nog eens aanbellen en hem beledigen in de taal van mijn moeder, in de taal van mijn vader, ik kan hem vervloeken, maar hij zal zich er niets van aantrekken.
Nederlandse vrouwen hebben geen eer. Diop zegt het, ze zijn veel te gemakkelijk. Er is geen verleiding nodig, geen inspanning van de man. Ze gaan gelijk de eerste avond mee. Ze laten zich inpalmen.
Boos loop ik over straat. De wind waait mijn gedachten door de war. Alles loopt door elkaar. Ik begrijp niet waarom ze me niet met Leolo laten praten. Ik begrijp niet waarom Aleida die man binnenlaat. Ik begrijp weinig van de dingen die om me heen gebeuren. Ik wou dat Cantona er was. Hij zou het kunnen uitleggen. Hij doorziet de dingen, net als Jojo, maar hij doet het zonder te schamperen over wat ik belangrijk vind.
De wind blijft waaien maar een gedachte zet zich vast in mijn hoofd: ik wil nu duidelijkheid van Leolo. Ik ga naar de belwinkel en bel hem op. Ik blijf bellen tot ze hem wakker maken. Ze kunnen me niet wegsturen.

Naar het begin - Doe mee - Lees verder >>

0 Reacties

Commenting is not available in this blog entry.
Abonneren op deze weblog via RSS Add to Google Add to Netvibes

of verdwaal in het archief